Politiek

Het gaat geruisloos voorbij, niemand is uitgenodigd, cadeaus worden niet in ontvangst genomen. Toch moet het gemeld: het Kabinet-Rutte II is dit weekend jarig. Op 5 november zit dit kabinet er precies vier jaar.

Een jaartje erbij: het eindpunt komt in zicht. Dat is een gegeven. Alle reden dus verjaardagen over te slaan en er geen onnodige aandacht aan te besteden. Toch moet de verjaardag van dit kabinet  worden gememoreerd. Het is Mark Rutte zelf die steeds doet alsof het een mirakel is dat deze coalitie nog steeds functioneert. Maar dat is politiek. Je hoort nu eenmaal als politicus, zeker met verkiezingen in aantocht, te benadrukken dat je heel anders bent dan die andere partij. Toch zit in dat verschil benadrukken iets schijnheiligs.

Zo hoorde ik tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer PvdA-fractievoorzitter Marleen Barth, zeggen dat haar partij zich over niets van wat deze coalitie doet, schaamt. Eerlijk en waarom zou ze er ook ingewikkeld over doen. Want als het anders zou zijn, was het kabinet gevallen. Het deed SP-er Tiny Kox opmerken: waarom niet gewoon “doorgaan”? Kox zei: “Laat Lodewijk Asscher het karwei afmaken…”.

Even los van wie straks de baas in de PvdA wordt, was de opmerking van Kox niet onterecht. Bruggen Slaan heet het regeerakkoord, dus waarom zou je opeens de brug ophalen en net doen alsof je niet meer samen verder wilt? Ik heb er hier op deze plek wel eens eerder op gewezen, op dat merkwaardige net-doen-alsof-je-niks-met-elkaar te-maken-hebt-gedrag. Samsom zegt in een interview dat dit kabinet de auto “heeft gerepareerd” en dat we nu vervolgens elk “een andere kant uitgaan”. Het is een aardige beeldspraak, maar die andere kant op is een doodlopende weg inslaan. Het wordt na de verkiezingen een flinke klus een kabinet te formeren, en nu met stoere praat zeggen dat je de ander niet nodig hebt, hoort misschien wel tot het spel, maar regeren is  nu eenmaal een serieuze zaak wat je in dit land niet in je eentje kan.

Nu al weten we dat de verkiezingsuitslag gaat leiden tot een Grote Coalitie en daarom kan ik nu al een suggestie doen voor de titel van het nieuwe regeerakkoord: Het Grote Compromis. Mark Rutte doet er straks mogelijk tijdens de debatten ingewikkeld over, maar hij wil vooral door als premier. Of dat nu een beetje rechtsom of linksom moet, het zal hem een zorg zijn, als hij maar in het Torentje kan blijven.

Als je de nu verschenen verkiezingsprogramma’s leest dan kun je het accent op de verschillen leggen, maar als je goed leest staat het compromis tussen de regels. Gewoon vóór de verkiezingsdatum zeggen met wie je om de tafel wilt en met wie niet, waar over valt te onderhandelen en wat je principieel nimmer accepteert. Zo moeilijk hoeft dat toch niet te zijn. Dromen zijn bedrog en daarom eerlijk zeggen wat kan en wat niet kan. Het maakt de politiek geloofwaardiger en de kiezer weet van te voren waar de grens van het haalbare ligt in dit land met zoveel partijen die uiteindelijk veel minder van elkaar verschillen, een enkele partij uitgezonderd, dan het lijkt.

Kees Boonman, politiek commentator