Politiek

Het was de loting bij de Kiesraad. Alsof het ging over wie speelt tegen wie om de KNVB-beker. ´t Had iets met lijstnummers te maken en nieuwe partijen of God mag weten wat. Het staat allemaal in de Kieswet, dus wie ben ik om daar miezerig over te doen. 

Maar met het gedoe over de grootte van het stembiljet, deelnemende partijen als Jezus Leeft, Lokaal in de Kamer en Niet Stemmers en ook nog een nijpend tekort aan stembiljettellers – want tellen doen we in 2017 met de hand – kreeg ik het plots heel benauwd en stelde vast dat ik maar geen greep op de verkiezingscampagne krijg.

Aan de verkiezingsprogramma´s kan het niet liggen. Bij elkaar opgeteld zijn het honderden pagina´s. Aan iedereen is gedacht en over alles vind je een standpunt. Ik doe de televisie uit bij Alexander Pechtold en als ik weer inschakel zie ik weer Alexander Pechtold. Dus er is evenmin gebrek aan inzet van de lijsttrekkers. Energiek trekt Jesse Klaver van meetup naar meetup met een koffer vol smetteloos keurig gestreken witte overhemden met voor-opgerolde mouwen. Lodewijk Asscher heeft één speech en leest deze overal voor zodat ik de tekst al een beetje uit het hoofd ken. De VVD-campagneleiding is constant in gesprek, dus ook druk, en het CDA probeert uit te dragen dat waar ze vroeger altijd voor waren nu verwerpen. Er is allemaal niks mis mee, en toch klopt er iets niet naar mijn gevoel.

Gaat die campagne bij ons wel over waar het  over zou moeten gaan?

Wat heb je aan ditjes en datjes in een verkiezingsprogramma dat na de eerste druk feitelijk al had moeten worden aangepast aan de veranderende werkelijkheden? En een beetje meer of een beetje minder Europa? Met een beetje redden we het niet. Heleboel is nodig, duidelijk, kleur, visie en de aanval tegen het erge, dat vraagt dit tijdsgewricht.

De kiezer is op drift geraakt. Niet vanwege boosheid. Dat iedereen boos is, is sowieso sterk overdreven. Ja, als je de hele dag op sociale media rondzwerft, ligt een depressie op de loer. Dan is het niet raar te denken dat steeds meer mensen het liefst in uniform lopen en de leider enthousiast willen toezingen. Boos is het niet, maar de burger is wel klaar met de politiek van de vorige eeuw. Al die partijen bij ons die steeds maar roepen dat “nu eerst de kiezer aan het woord is”. Maar de kiezer heeft helemaal geen woorden, behalve dan het woord tegen. Op het gevaar af dat ik na deze zin al de volle laag krijg op Twitter leg ik het even uit.

De kiezer is klaar met dikke partijprogramma's met algemeenheden of onhaalbare vergezichten. De kiezer wil gewoon van politici weten waar ze met het land naartoe willen. Er liggen keuzes voor: een hek om het land, weer geld wisselen aan de grens, wit op straat, en lekker met een volle tank door het groen racen en de hele dag referenda invullen. Of is er een alternatief? En waarom vergroten vooral de traditionele partijen steeds de minimale verschillen uit, om zich te onderscheiden? De kiezer weet heus wel dat het onderscheid verdwijnt na een coalitie. Dus geef gewoon aan met wie je in een kabinet wilt zitten en met wie niet. Want ook dit is steeds 'n beetje wel of 'n beetje niet. Op het ene onderwerp ziet de ene partij de ander wel staan en op een ander onderwerp weer niet. Daar is geen touw aan vast te knopen. En dat gezeur over debatten en andere mediaoptredens. Je krijgt er als programmamaker een punthoofd van, het schroeft telefoonkosten onnodig op en vreet tijd.

Schuif aan, doe mee, zeg wat je vindt, zeg de tegenstander dat ie uit de nek kletst en leg uit waarom. Hoe moeilijk kan het zijn? Ik sluit niet uit dat ik uiteindelijk wel greep op de campagne krijg. Aan mij ligt het niet, maar het woord is toch echt aan de ander, de politiek.