Politiek

En weer al die vragen: over de slechte peiling, of je denkt dat het nog goed komt, waarom dat wat je zegt niet aanslaat, of je opstapt, blijft of dat er iemand anders weg moet. 

Ik zag het een paar dagen geleden bij Jeroen Dijsselbloem. Ik zat tegenover hem. Achter zijn bril zag ik een virtuele mix van hopeloosheid, ergernis en een nog net te beheersen aandrang de presentatietafel schoon te vegen en alle microfoons naar zich toe te trekken om het uit te schreeuwen: zullen we het ergens over gaan hebben wat zin heeft!

Niks over het Grotere in de wereld, zoals de opnieuw sluimerende bankencrisis, de hyena’s van het grootkapitaal  en hoe je de mensheid de nieuwe tijd inloodst. Campagnes hebben strikt genomen niets met het werkelijke leven te maken. Het is uiteindelijk mooi verpakt bedrog. Dat zei Dijsselbloem niet, maar hij bedoelt het wel. Op bijna sarcastische toon legde hij uit dat  de dag na de verkiezingen het grote inleveren begint en dat al die beloften op fantasie en onhaalbare dromen berusten. Dat na de verkiezingen slechts het compromis geldt.

Hij had het ook over een gevoel van weemoed in de laatste missionaire ministerraad. Volgende week na de verkiezingen begint het demissionaire tijdperk  voor de club die het uiteindelijk toch ruim vier jaar met elkaar in de Trêveszaal  heeft uitgehouden. Weemoed ook omdat het vanzelfsprekende van het ministerschap stilaan weglekt. Kan zijn dat de formatie van een nieuw kabinet tot aan de kerst duurt, maar zelf weer een parkeerplaats zoeken in de parkeergarage op het Plein bij het Binnenhof komt er aan. Ze weten het allemaal, dat ze  de  tas straks weer zelf moeten dragen.

15 maart zo rond middernacht, dan zijn er bloemen, vreugdetranen,  gloort het pluche, dreigt vergetelheid. En toegegeven, ook ik moet dan weer goed nadenken of er nog iets anders is om over te praten.

Kees Boonman, politiek commentator